Agressieprotocol

Politieke ambtsdragers staan midden in de samenleving. Ze zijn gemakkelijk benaderbaar, maar moeten het politieke debat vrij en zonder dwang kunnen voeren.

Raadsleden moeten besluiten kunnen nemen zonder druk van buitenaf. Het kan voorkomen dat raads- en burgerleden worden geconfronteerd met agressie of geweld, bijvoorbeeld door ontevreden inwoners of ondernemers. Agressie en geweld kunnen verschillende vormen aannemen en ook gezins- of familieleden raken. Geen enkele vorm is acceptabel. Uitingen van agressie zijn niet alleen een aanval op de betrokken persoon, maar ook op het democratisch bestel. Daarom is er een agressieprotocol.

De norm

Een gezamenlijke norm is een voorwaarde om agressie en geweld effectief aan te pakken. Uitgangspunt is dat agressie tegen raadsleden onacceptabel is en niet wordt getolereerd.

Belangrijke uitgangspunten voor vrij functioneren zijn:

  1. U voelt zich vrij om uw mening te verkondigen.
  2. Derden geven u de ruimte om uw taak uit te voeren.
  3. Derden verstoren de orde bij uw optreden niet.
  4. Uw eigen veiligheid en die van collega’s staat altijd voorop.
  5. Agressie, geweld, bedreiging en intimidatie worden niet getolereerd.
  6. Voelt een raadslid zich door het gedrag van derden belemmerd in zijn of haar functioneren als politiek ambtsdrager, dan is de norm overschreden en treedt het protocol in werking.

Essentie van het protocol

  1. Een bedreigd of geïntimideerd raadslid meldt dit altijd aan de griffier en/of burgemeester. Zij informeren elkaar direct. In overleg wordt besproken hoe de melding zich verhoudt tot de gestelde norm.
  2. Wanneer de norm wordt overschreden, wordt melding of aangifte gedaan bij de politie.
  3. De burgemeester agendeert elke melding of aangifte van bedreiging of agressie jegens een raadslid of commissielid in de eerstvolgende vergadering van de justitiële driehoek (OM en politie).
  4. Zo spoedig mogelijk na de melding of aangifte volgt een gesprek met het bedreigde raadslid of commissielid en een politieambtenaar die vaststelt of er sprake is van strafbare feiten.
  5. Als er geen sprake is van grensoverschrijdend gedrag met strafbare feiten, wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn. Via de griffier of coördinator van de gemeente kan maatwerk geleverd worden, ook als er zorg nodig is.
  6. Als er sprake is van strafbare feiten, doet de gerechtigd vertegenwoordiger van de gemeente altijd aangifte. Materiële en immateriële schade wordt verhaald als de dader bekend is.
  7.  Er wordt niet gecommuniceerd over de aangifte.