De Awb en abbb’s
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb) vormen het juridische kader voor het handelen van de overheid. Deze regels bepalen hoe besluiten tot stand komen en waarborgen dat dit zorgvuldig, transparant en eerlijk gebeurt. Op deze pagina vindt u de belangrijkste.
De Awb
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat de algemene regels voor de verhouding tussen de overheid en burgers, bedrijven en organisaties. De wet regelt bijvoorbeeld dat men bezwaar kan maken tegen een besluit.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (Abbb’s)
Daarnaast gelden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb’s). Dit zijn geschreven en ongeschreven gedragsregels voor de overheid in het contact met inwoners.
De belangrijkste beginselen zijn:
Legaliteitsbeginsel
Er is geen bevoegdheid zonder grondslag in de (Grond)wet.
Zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb)
Een besluit moet zorgvuldig worden voorbereid.
Motiveringsbeginsel (art. 3:46 Awb)
Een besluit moet goed worden gemotiveerd.
Rechtszekerheidsbeginsel
Besluiten moeten zo duidelijk zijn dat inwoners weten waar ze aan toe zijn.
Gelijkheidsbeginsel (art. 1 Grondwet)
Gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden.
Verbod van détournement de pouvoir (art. 3:3 Awb)
Een bestuursorgaan mag de hem geattribueerde of gedelegeerde bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheid is gegeven
Vertrouwensbeginsel
Ook wel beginsel van de opgewekte verwachting. Indien er gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt door de overheid, moeten deze worden nagekomen.